Rouwen is ordenen en herschikken

Rouwen is ordenen en herschikken

Er is geen jaar waarin ik zoveel heb opgeruimd als in 2018. Zo zal het bij mij de boeken in gaan: het jaar waarin ik naar binnen ging, ordende, afscheid nam…en herschikte.

Het begon in januari met het opruimen van het huis van mijn moeder. Zij was twee maanden eerder na een kort ziekbed overleden. Alles ging door de handen, van mijn broer, zus en mij. Spullen werden verdeeld, of weggebracht. Als laatste ging ook het huis ‘de deur uit’, naar een andere eigenaar. Het was goed om zo bezig te zijn, het opruimen gaf me tijd om afscheid te nemen.

Maar dit was nog niet het enige wat ik moest ordenen. Toen twee dagen na mijn moeder ook mijn ex, de vader van mijn drie kinderen, onverwacht overleed wist ik dat ik meer te rouwen had. Met hem verloor ik een tweede belangrijke ‘secure base’. Het voelde alsof ik terecht gekomen was op de droge zanderige bodem van mijn bestaan en alleen langzaamaan zou ik weer omhoog kunnen klauteren.

Gelukkig had ik van de zolder van het huis van mijn moeder alle kleine en grote puzzels meegenomen. Ze nodigden me uit om te gaan zitten.

Eindeloos heb ik ze gemaakt, puzzel voor puzzel, stukje voor stukje

Zoals ik met mijn hand zwevend op zoek ging naar de juiste plek, soms vindend… maar vaak ook niet. Dan legde ik het stukje aan de kant en maakte ik groepjes op kleur en vorm. In een parallel proces pakte ik ook alle onderdelen van mijn verdriet even vast, die vonden één voor één een nieuwe plek, of stelden dat nog even uit.

Als begeleider bij rouw en verlies kan ik het goed uitleggen. Ik bevond mij aan de verlieskant van de slinger tussen verlies- en hersteloriëntatie *). Het is heel normaal om de eerste tijd na een verlies daar ook veel mee bezig te zijn. De een doet dat meer dan de ander. Voor mij was dit een gezonde manier van rouwen. Langzaamaan zou het herstel meer zichtbaar worden, mijn levensenergie weer kunnen gaan stromen.

Ondertussen was er veel veranderd

Niet alleen aan het familiesysteem waarin ik functioneerde. Ook ín mij was veel veranderd. Er was een innerlijk weten dat het niet meer verder kon zoals het nu ging. Ook ik moest herschikt worden.

Want waar stond ik nu eigenlijk zelf? Doordat mijn moeder als mijn laatste ouder overleed, was ik in mijn familiesysteem een plek opgeschoven. Ook in mijn eigen gezin was de belangrijkste persoon, de vader van mijn kinderen, weggevallen.

 Ik was er aan toe ook mijn eigen huis op te ruimen

Dat deed ik dan ook. Letterlijk. Alle kamers kregen andere functies, de vlekkerige bank deed ik weg en er kwamen andere meubels. Het werd rustiger en overzichtelijker in mijn huis, ook figuurlijk.

Aan het eind van het jaar was mijn huis opgeruimd, en mijn puzzel grotendeels af, de stukjes liggen geschikt en geordend op tafel. Ik bevind mij nu weer aan de herstelkant van slinger tussen verlies- en hersteloriëntatie. Natuurlijk zijn er nog momenten waarop ik verdrietig ben, boos of verontwaardigd en ervaar ik het gemis. Dan heb ik het even nodig om stil te staan en ik ‘pak weer even de stukjes op in mijn hand’. Hoe langer hoe meer zijn dit ook de momenten waarop ik de liefde en de verbondenheid kan voelen die er nog steeds is.

Zo ontstaat langzaam weer overzicht, ik wen aan de nieuwe situatie en de plek die ik nu inneem. Ik ervaar weer ruimte en die nodigt me uit, om nieuw plannen te maken, oude plannen op te pakken, om naar buiten te gaan, en het leven weer voluit in te stappen.

 

*) Het duale procesmodel, Stroebe, M.S. en Schut, H.A.W. (1999)